Geschiedenis

‘De ondergeteekende maakt zijn geachte Stadgenooten bekend, dat hij een winkel heeft geopend op de Beestenmarkt no. 9, te Delft, waarin handel wordt gedreven in bovenstaande en onderstaande artikelen als: lakken, Vernissen, Lijnolie, gekookte Olie, Terpentijn, Politour, Stijkvernis, Spiritus, Flesschenlak, Pek, enz. Waschartikelen, Groene Zeep, Chloor, Eau de Javelle, Zeephout, Stijfsel, Blauwsel, enz. Oliene en loog ter bereiding van zeep, heele portieen à 45 cts.’

Zo begint de folder/advertentie waarin de start van de goedkoope verfwinkel, op 10 januari 1881, wordt aangekondigd. Onder het historische document staat de naam van Willem Verbeek, die tot op de dag van vandaag aan de winkel verbonden is. Scroll door en volg de geschiedenis van de oprichter en zijn opvolgers (met dank aan Jaap Breetvelt).

Hoe het allemaal begon

Willem Verbeek wordt geboren op 31 okober 1826. Hij is de jongste zoon van Cornelis Magrinus Verbeek(geb. 17 februari 1793 – ovl. 9 maart 1867) en Catharina van Baalen (geb. 12 januari 1807 – ovl. 21 februari 1869). Naast Willem zijn er nog elf kinderen, van wie er acht volwassen worden. Het gezin woont in de Broerhuisstraat. Cornelis Magrinus en Catharina waren, volgens de familieverhalen, niet onbemiddeld. Ze handelden in lompen en oude metalen, en bezaten (pak)huizen aan de Molslaan en de Beestenmarkt. Hoe rijk ze waren, is onbekend. In ieder geval was er geld genoeg om Willem fl. 40.000,- mee te geven als hij op jonge leeftijd naar Amerika vertrekt; een vermogen. Ter vergelijking: een kapitaal van fl. 40.000,00 (€ 18.151,21) in 1850, is equivalent aan € 386.773,67 in 2005 (Berekening gebaseerd op onderzoek van het International Institute of Social History). Naast het geld krijgt Willem ook twee geschilderde portretten van zijn ouders mee. Na enige jaren komt hij zonder geld, maar met de schilderijen, weer terug naar Delft. Hij vestigt zich als timmerman.


De vrouw achter de ondernemer
Op 30 december 1857 trouwt Willem Verbeek met achternicht Geertruida Cornelia Verbeek. Zij wordt geboren op 22 juli 1839 en is de dochter van koopmansbediende Aart Johannes Verbeek (zoon van Johannes Verbeek, de broer van Cornelis Magrinus; geb. 9 januari 1815 – ovl. ?) en Jannetje Cornelia Richter. Willem en Geertruida betrekken na hun huwelijk een woning aan de Molslaan. Naast Geertruida Cornelia zet het echtpaar tussen 1836 en 1857 nog dertien kinderen op de wereld. Slechts vijf bereiken de volwassen leeftijd. Op 1 september 1875 koopt Willem Verbeek het pand Beestenmarkt 9. Enige tijd later verhuist het gezin van de Molslaan naar het nieuwe onderkomen. Goede en slechte tijden wisselen elkaar daar af. Over Willem Verbeek wordt gezegd dat hij vaak in hogere sferen was. Hij vertelde fantastische verhalen over Amerika en over z’n reisavonturen. Bijvoorbeeld over het eerste vliegtuig dat hij zelf gezien had. Hij was onzakelijk en goedgevig. Zo schold hij gemakkelijk huurschulden weg. Op een gegeven dag komt door zijn handelen de bodem van de geldkist in zicht. Op dat moment neemt Geertruida Cornelia de regie in handen. Niet Willem, maar zij is feitelijk de oprichter van en de drijvende kracht achter ‘de goedkoope verfwinkel’.


Droogerijen en verfwaren
Zoals uit de openingsadvertentie blijkt, heeft de winkel bij de start het karakter van een drogisterij. ´Natte en drooge verfwaren´, waaronder lijnolie, kwasten, schuurpapier en borstelwerk, zijn maar een deel van het assortiment. Vrijwel alles is op Beestenmarkt 9 te koop. Eau de cologne bijvoorbeeld, wrijfwas in fleschjes, schoensmeer, gele was en pomade. Maar ook haringkruiden, azijn, puimsteem, pepermunt, zoethout en… drop. Kinderen die met hun vader of moeder in de winkel kwamen, mochten graaien in de dropfles op de toonbank. Een traditie die tot op de dag vandaag in ere wordt gehouden! Hoe gaan de zaken de eerste tijd? Uit een brief van Geertruida Cornelia uit 1884 aan zoon Cornelis, die in Indië meevecht in de Atjeh-oorlog, blijkt dat het hard werken is om rond te komen en de schulden af te lossen. ‘Aart (Johannes; 1864), en je vader en en de kleine Willem doen erg hun best om voor uit te komen, het komt er nu op aan.’ In die zelfde brief meldt ze en passant een nieuwe ontwikkeling: ‘Wij zijn in het glas ook begonnen, dat heeft ook weer een boel werk vereist, met het maken van een kast met hokken.’ De verf- en glashandel W. Verbeek is een feit.

Jong geleerd oud gedaan

Twee jaar later, op 8 maart 1886, schrijft Geertruida opnieuw een brief aan Indiëganger Cornelis: ‘Aart is een ijverige jongen die nacht en dag z’n best doet om voor het gezin de kost te verdienen, de kleine Willem is ook de gehele dag bezig in de winkel, met verf maken enz, en beloofd veel goeds.’ ‘Kleine Willem’, geboren op 8 september 1871, is dan veertien jaar. Hij is, als we zijn moeder beluisteren, duidelijk een aanpakker en een belofte voor de toekomst. Of Willem jr. dat zelf ook zo heeft ervaren, en of z’n eigen dromen en ambities overeenstemden met het pad dat voor hem was uitgestippeld, is niet bekend. Wat we wel uit overlevering weten, is dat het ontbreken van een onbezorgde jeugd – bij de start van de winkel was hij pas negen jaar! – een stempel heeft gezet op zijn persoonlijkheid. De geldzorgen, de spanningen in het gezin, hij zou er nooit van loskomen. Op 14 september 1894 overlijdt Geertruida Cornelia Verbeek op 55–jarige leeftijd. Willem Verbeek sr. staat er daarna alleen voor. Samen met zoon Willem jr. woont hij op Beestenmarkt 9, boven de winkel. Op 31 mei 1901 sluiten zij samen een huurovereenkomst. Notarieel wordt vastgelegd dat Willem sr. bij Willem jr. inwoont en dat laatstgenoemde het recht heeft overeenkomst na tien jaar te verlengen. Wat precies de reden is voor deze zakelijke afspraak, en of het wellicht iets zegt over de onderlinge verstandhouding, blijft gissen. Feit is dat Willem sr. zich gaandeweg steeds vreemder gaat gedragen. Hij wordt afwezig, trekt zich in zichzelf terug. Tekenen van dementie? Er zijn geen bewijzen voor. Alleen het verhaal dat zoon Willem zijn vader af en toe naar de zolder stuurde om zeegras te plukken (dan was hij even van hem af). Willem sr. overlijdt op 26 mei 1917, aan de Beestenmarkt 9.


Godfather op de Beestenmarkt
Willem Verbeek jr. heeft zich intussen ontwikkeld tot een succesvolle ondernemer. De zaak draait goed, de omzet neemt jaarlijks toe, zo blijkt uit bewaard gebleven notitieboekjes. In de winkel wordt Willem ondersteund door neven Aart Johannes (geb. 1882; na de komst van Aart de Vries werd hij ‘Oude Aart’ genoemd) en Jan (geb. 1891). De zaak heeft hierdoor een familiekarakter en dat zal tot 1974 zo blijven. Was Willem Verbeek een ‘pater familias’? Dat is onduidelijk. Wel bekend is dat hij aan familieleden leningen verstrekte, dat hij financieel bijsprong als er in de gezinnen van zijn broers en zussen problemen waren en dat hij om raad en advies werd gevraagd. Het beeld dringt zich op van de ‘Godfather op de Beestenmarkt’. Een vrijgevige weldoener was hij zeker niet; daarvoor smaakte het geld hem te goed. Contracten waren gedetailleerd uitgewerkt en ademen het instinct van de slimme (sluwe?) zakenman. Was hij gul voor zichzelf? Integendeel. In familieverhalen wordt hij omschreven als zuinig, op het gierige af. Liever oppotten dan uitgeven. Met het verstrijken van de jaren kreeg deze karaktertrek een scherper profiel. Willem werd wantrouwend, sliep ‘s nachts met een houten hamer onder z’n kussen ‘voor het geval dat’. En de liefde? Willem Verbeek hield van z’n zaak. Van het geld. Van z’n bezittingen. Van z’n ‘perpetuum mobile’, waaraan hij ‘s avonds, in het kantoortje in de winkel, knutselde. Vrouwen speelden in zijn leven echter geen rol. Met uitzondering van Cornelia van der Velde (tante Cor), zijn huishoudster. Zij was geïnteresseerd in Willem, dat is zeker, maar hij hield de boot af. Cor verzorgde Willem tot zijn dood in 1951. Ze hoopte lange tijd dat ze met Willem zou trouwen, maar hij wilde niet: ‘anders gaat mijn geld toch maar naar de kinderen van je zuster’. Kwalificeert dit Willem Verbeek als een hardvochtige, egocentrische man? Feit is dat hij het gezin van zijn zus Geertruida Cornelia van de ondergang redde. En zichzelf daarmee verzekerde van een opvolger: Aart de Vries.

Een opvolger dient zich aan

Annastraat 2 in Delft. Daar wordt op 4 april 1909 Aart Johannes de Vries geboren. Hij is de zoon van Willem de Vries (geb. 2 juli 1875) en Geertruida Cornelia Verbeek (geb. 1 maart 1880), de zus van Willem Verbeek jr. Willem de Vries is de jongste zoon van huisschilder Hendrik de Vries. Willem is tenger en fragiel, en mag niet in het goed lopende schildersbedrijf. Hij gaat naar de lagere school, leert Frans en piano spelen. Als leerjongen komt hij in dienst bij een bank. Hij wordt gewaardeerd en doet veel aan zelfstudie. Willem klimt op tot kassier en adviseert cliënten over beleggingen. Op 4 november 1903 trouwt hij met Geertruida Cornelia, die hij heeft ontmoet tijdens de dansavonden van de amateurtoneelvereniging Amicitia. Willem werkt hard. Hij verdient bij door ‘s avonds bij notarissen documenten in het net te schrijven. Thuis ontspant hij zich door achter de piano te kruipen.
In 1913 verhuist het gezin naar de Verwersdijk 182. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, als de financiële wereld in een crisis verkeert, krijgt Willem tbc; vermoedelijk door overspannenheid. De ziekte wordt hem fataal. Na zijn overlijden, op 21 juni 1915, verandert er veel. Geertruida blijft met zeven kinderen achter en is zwanger van de achtste. De familie, lees Willem Verbeek jr., besluit dat er maatregelen moeten worden getroffen. De twee oudste kinderen worden in oktober 1915 uit huis geplaatst; de anderen blijven thuis. De ellende, waaronder geldzorgen, is daarmee nog niet voorbij. Als Geertruida vanwege een tbc-aandoening aan haar ogen in het ziekenhuis belandt, wordt het gezin verdeeld of komt er iemand oppassen. Niet bepaald een stabiele situatie om in op te groeien.


Een strenge leermeester
In deze moeilijke jaren heeft Geertruida Cornelia één belangrijke steun en toeverlaat: haar broer Willem. Hij staat haar met raad en daad bij, en zorgt dat het gezin financieel de eindjes aan elkaar kan knopen. Zijn invloed is groot en dat ondervindt ook Aart. Als hij in 1924 de mulo heeft afgerond, wordt besloten dat hij bij ‘oom Willem’ in de zaak gaat. Of Aart daar zin in heeft? Of hij het leuk vindt? Of iets anders wil gaan doen? Hem wordt niets gevraagd. Later zal hij daar last van krijgen, vooral als broers Henk en Wim, die kunnen studeren, een hoge maatschappelijke positie bereiken. Hoe zou Aarts leven zijn verlopen als hij ook die kans had gekregen? Een zinloze vraag. Er was geen keuze; Aart moest en zou de winkel in. Daar ontwikkelde hij zich tot de getalenteerde vakman die op latere leeftijd, door z’n feilloze kleurgevoel, de naam ‘verfprofessor’ verwierf. Als hij, vijftien jaar oud, z’n eerste werkdag op de Beestenmarkt 9 beleeft, ligt dat nog allemaal in het verschiet. Aart is een gretige leerling, die wil presteren en zaken snel oppakt. De leerschool is hard, want Willem Verbeek is een strenge leermeester. Complimenten zijn schaars en fouten, hoe klein ook, worden bestraft door inhouding op het loon. Loon dat niet aan Aart wordt uitbetaald, maar aan Geertruida Cornelia. Dat is de afspraak, maar leuk is anders. Veel tijd om te miezemuizen is er echter niet, want het is aanpakken geblazen. Overdag, maar ook vóór en na werktijd, tijdens de handelscursus. Door zijn inzet wordt Aart gaandeweg een vaste waarde in de verfwinkel. Ook bij Willem Verbeek jr. blijft dit niet onopgemerkt. Hij gaat in zijn neef steeds meer een potentiële opvolger zien. Op 30 december 1937, als de moeizame crisisjaren achter de rug zijn, wordt die status contractueel vastgelegd. Uit ‘waardering voor trouwe plichtsvervulling in tastbare vorm’ beloont Willem Verbeek Aart met een spaar- en winstdelingsregeling die het hem mogelijk moet maken de zaak over te nemen.

De kroonprins en zijn erfenis

Het hedendaagse begrip ‘human resources management’ moest in 1937, toen Aart de Vries en Willem Verbeek bij de notaris hun handtekening plaatsten onder de overnameovereenkomst, nog worden uitgevonden. Wie het contract nu leest, verbaast zich over de moderne HR-instrumenten die Willem Verbeek toen al inzette om z’n neef Aart aan de zaak te binden. Naast een spaarregeling, waarbij per kwartaal fl 100,- wordt bijgeschreven op een spaarreserve met 4% rente, voorziet de overeenkomst in een halfjaarlijkse gratificatie van fl 50,- en een 50%-aandeel in de nettowinst (na aftrek van alle kosten), waarvan 50% wordt bijgeboekt op de spaarreserve. Een genereuze regeling, maar tegelijk ook een wurgcontract. Want de spaarreserve kan alleen worden aangewend voor overname van de winkel en nergens in het document staat een (streef)datum vermeld. Heeft Willem mondeling toezeggingen gedaan? Was Aart zich bewust van de open-eind-constructie? De getuigen kunnen het niet meer navertellen. Tot een overdracht van de zaak zal het in ieder geval nooit komen. Willem Verbeek blijft eigenaar, totdat hij op 16 maart 1953 overlijdt. Hij is dan 81 jaar. Voor Aart komt hiermee een einde aan een lange periode van diepe frustratie. De koele overlijdenskaart spreekt boekdelen. Evenals het feit dat Aart het woonhuis boven de winkel rigoureus laat verbouwen om, naar eigen zeggen, ‘alle herinneringen aan oom Willem uit te wissen’. Het staatsieportret van Willem Verbeek verdwijnt naar zolder, om pas jaren later weer een bescheiden plekje te krijgen.


Nieuwe ronde, nieuwe kansen
Als enig erfgenaam van Willem Verbeek zet Aart de Vries ‘de goedkoope verfwinkel’ in 1953 voort. Naast de zaak erft hij ook alle andere bezittingen van zijn oom, waaronder twee pakhuizen en enkele woonhuizen op de Beestenmarkt. Na de verbouwing van Beestenmarkt 9 gaat hij boven de zaak wonen, samen met zijn bijna blinde moeder Geertruida Cornelia de Vries-Verbeek. Zij zal tot haar dood in 1959 bij hem inwonen. Bevrijd van de nukken en grillen van Willem Verbeek openen zich nieuwe vensters, zowel zakelijk als privé. Om met het laatste te beginnen: Aart ontdekt de liefde. In de avonduren krijgt hij boekhoudkundige ondersteuning van Co van den Akker (geb. 28 februari 1922; ovl. 15 februari 2001). Van het een komt het ander en op 26 juli 1956 treden ze in het huwelijk. Al snel volgen er kinderen: Wim (1958), Marike (1959) en Geert (1961). Ook bedrijfsmatig zijn er nieuwe ontwikkelingen. In het kader van de herstructurering van het huidige Veste-terrein (Pieterstraat, Gasthuislaan) krijgt Aart van de gemeente het aanbod om het pakhuis bij de Molslaan te ruilen voor grond achter de winkel. Dit biedt de kans om de zaak naar achteren uit te breiden. Het nieuwe pakhuis, dat begin jaren zestig wordt opgeleverd, biedt extra display- en verkoopmogelijkheden. In een tijd waarin de kant-en-klare verfblikken het zelf verf maken definitief verdringen, komt deze uitbreiding op het juiste moment. Aart bedingt bovendien een exclusief dealerschap met de Belgische verffabrikant Levis (nu onderdeel van AkzoNobel). Een sterk merk, evenals ‘de goedkoope verfwinkel’. Spannende tijden breken aan als de Makro een vestiging in Delft opent, de Hema in winkelcentrum De Veste verf gaat verkopen en de doe-het-zelf-ketens opkomen. De combinatie van kwaliteitsverf, professioneel vakmanschap en ‘extreme’ service blijken een succesvol wapen in de concurrentiestrijd.


Wisseling van de wacht
De tijd staat intussen niet stil. Begin jaren zeventig nadert Aart de pensioengerechtigde leeftijd. Na 50 jaar ‘de goedkoope verfwinkel’ moet hij op zoek naar een opvolger. Buiten de familie dit keer, want de kinderen zijn alledrie nog te jong om de zaak over te nemen. Wat niemand voor mogelijk had gehouden, gebeurt uiteindelijk toch. Via via komt Aart in contact met de Delftse schilder Huub Kouwenhoven, die ‘in’ is voor een nieuw avontuur. Op 1 mei 1974 doet hij z’n intrede in de zaak. De start van een volgend hoofdstuk in de geschiedenis van Fa. W. Verbeek jr., want de bedrijfsnaam verandert niet. Aart blijft samen met het gezin boven de winkel wonen en springt de eerste jaren regelmatig bij om Huub te ondersteunen en tijdens vakanties te vervangen. Als zijn gezondheid sluipenderwijs achteruitgaat, wordt dat steeds moeilijker. Het vraagt een groot incasseringsvermogen van Huub en zoon Walter, die begin jaren negentig de zaak versterkt. Op 5 juli 1994, na een kort ziekbed, overlijdt Aart de Vries in verpleeghuis De Bieslandhof, weg van z’n geliefde Beestenmarkt en weg van ‘zijn’ zaak.

Een schilder gaat in zaken

Hubertus Maria Kouwenhoven begint zijn levensavontuur op 25 maart 1934 aan de Molslaan, op een steenworp afstand van de Beestenmarkt. Hij is de jongste van veertien kinderen: zes meiden en acht jongens. Vader G.L. Kouwenhoven heeft een eigen bedrijf als huis- en decoratieschilder; opgericht in 1916, vlak na z’n huwelijk. In de moeilijke crisisjaren is het buffelen om alle monden in het gezin te voeden. De zorgen gaan gelukkig aan de kleine Huub voorbij. Als in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, zit hij net op de lagere school. Hij is nog te jong om de Duitse bezetting bewust te beleven, maar dat vrijwel al zijn broers vanwege de arbeitseinzats moeten onderduiken , maakt grote indruk. Broer Nico blijft buiten schot en werkt mee in de zaak. Na de oorlog gaat Huub naar de ambachtsschool in Den Haag. Al snel wordt duidelijk dat leren niet ‘zijn ding’ is. In 1948, op veertienjarige leeftijd, hangt hij de middelbareschooltas aan de wilgen en treedt hij bij z’n vader in loondienst. Stap voor stap leert Huub het schildersvak, waar hij veel aanleg voor blijkt te hebben. In de avonduren haalt hij z’n vakpapieren en middenstandsdiploma. Met tegenzin, maar ‘wat moet dat moet’. In 1957 trekt pa Kouwenhoven zich op 65-jarige leeftijd terug uit het schildersbedrijf. Nico en Huub sluiten een commanditaire vennootschap en zetten de zaak samen voort.


Op vrijersvoeten langs de Beestenmarkt
‘Je bent jong en je wilt wat.’ Met die slogan bereikte omroepvereniging Veronica in de jaren tachtig een miljoenenpubliek. In de schrale jaren vijftig staat de televisie nog in de kinderschoenen, maar jong zijn en iets willen, is van alle tijden. Ook Huub Kouwenhoven heeft z´n dromen en ambities. Hij wordt verliefd op Elisabeth Barbara Maria van Collenburg (geb. 16 mei 1938) en de gevoelens zijn wederzijds. Het jonge stel flaneert wat af door de binnenstad. Huubs favoriete plekje is de Beestenmarkt, en dan vooral de verfwinkel van W. Verbeek. Elke keer als ze er langskomen, maken Betty en Huub met hun handen een koker op de etalageruit en kijken ze naar binnen, om zich te vergapen aan het oude interieur. Huub raakt er niet over uitgepraat: ´Dit lijkt me echt het einde, Betty. Als je toch zo’n winkel hebt…ik zou niets liever willen!’ Later, als de droom realiteit is geworden, zullen beiden nog vaak aan deze hartenkreet terugdenken. Maar zover is het dan nog niet. Eerst zijn er andere hoogtepunten te vieren. Op 15 september 1962 – Huub is 28 en Betty 24 – wordt de verkering omgezet in een huwelijk. Het echtpaar gaat wonen aan de Molslaan. Daar wordt ruim een jaar later, op 5 december 1963, Michel Franciscus Xaverius geboren. Op 8 augustus 1966 krijgt Michel een broertje, Walter Josephus Adriaan. Het gezin is compleet.


De jongensdroom komt uit
In 1974 zit Huub Kouwenhoven 25 jaar in het schildersvak. Hij doet z’n werk nog steeds met veel plezier, maar het klimmen en klauteren op gevaarlijke hangladders begint hem als 40-jarige op te breken. Tijd om de bakens te verzetten. Van één van zijn klanten hoort hij dat Aart de Vries, de eigenaar van ‘de goedkoope verfwinkel’, een opvolger zoekt. Huub trekt z’n stoute schoenen aan, stapt de winkel binnen en maakt een afspraak. Het klikt tussen beide partijen en zakelijk worden ze het al snel eens. Met als reden ‘klanten kun je niet kopen’, ziet Aart de Vries af van goodwill, een royaal gebaar waar Huub anno 2008 met veel waardering op terugkijkt. De formele overdracht van de winkel wordt vastgesteld op 1 mei 1974, de datum waarop Aart de Vries 50 jaar in de zaak zit. In de maand april loopt Huub al op zaterdagen mee om zich in te werken. Dinsdag 1 mei opent hij voor de eerste keer als eigenaar de winkeldeur. Het wordt een memorabele dag, met een memorabele omzet: fl 7,50. ‘Als dat elke dag zo gaat, zijn we snel klaar’, zegt hij ‘s avonds tegen Betty. Gelukkig blijkt het de gewone ‘dinsdagdip’ en blijven de klanten ‘de goedkoope verfwinkel’ trouw.


Een familiebedrijf met toekomst
De eerste jaren springt Aart de Vries, die met zijn gezin boven de zaak blijft wonen, nog regelmatig bij, maar de ouderdom eist zijn tol. Huub zet de lijn van zijn voorganger voort, verandert zoals contractueel is vastgelegd niets aan het historische interieur, maar legt wel nieuwe accenten. Zo voert hij de eerste handmatige mengmachine in; nu ouderwets maar toen een innovatie. Levis blijft als huisleverancier de pijler onder het bedrijf, evenals de vertrouwde klantwaarden kwaliteit, service en advies. In 1991 doet Walter z’n intrede in de zaak. Vader en zoon werken acht jaar zij aan zij, met Betty als administratieve ‘backbone’. Met de pensioengerechtigde leeftijd in zicht komt de opvolgingsvraag aan de orde. Anders dan Aart de Vries hoeft Huub niet buiten de deur te kijken. Niet alleen Walter ziet toekomst in het familiebedrijf, ook Michel. Op 1 mei 1999 is het in huize Kouwenhoven dubbel feest. Huub viert z’n 25-jarig jubileum en de v.o.f. Fa. W. Verbeek jr. is een feit. Huub bouwt z’n activiteiten geleidelijk af en laat de bedrijfsvoering steeds meer over aan zijn zoons. Wel met één keiharde afspraak: de winkel blijft zoals-ie is. Op 10 januari 2006 bestaat ‘de goedkoope verfwinkel’ 125 jaar. Het drietal grijpt deze mijlpaal aan om een diner te organiseren voor klanten van de voedselbank. Een maatschappelijk initiatief, dat binnen en buiten Delft veel waardering oogst. De dag erna is het voor Michel en Walter weer ‘business as usual’. Op weg naar het volgende jubileum…
© tekst en beeld Geert de Vries, www.copyplatform.nl.